Tegenwoordig deelwoord De dichter zat dichtend aan zijn bureau.
Met dichtende gedachten hoort hij de stilte.
Tegenwoordige tijd ik
Ik dicht graag poëzie.
jij / je
Jij dicht heel mooi!
u
U dicht met veel gevoel.
hij
Hij dicht in zijn vrije tijd.
zij / ze
Zij dicht over liefde.
het
Het dicht in de achtertuin.
wij / we
Wij dichten samen.
jullie
Jullie dichten met passie.
Verleden tijd ik
Ik dichtte vroeger vaak.
jij / je
Jij dichtte de laatste tijd meer.
u
U dichtte in uw jeugd.
hij
Hij dichtte een prachtig sonnet.
zij / ze
Zij dichtte volop tijdens het festival.
het
Het dichtte in het verleden goed.
wij / we
Wij dichtten samen in de klas.
jullie
Jullie dichtten als duo.
Voltooid deelwoord Er is een mooi gedicht geschreven.
Aanvoegende wijs Ik hoop dat hij dichte bij ons zal zijn.
Gebiedende wijs Dicht het laatste couplet!
Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.