NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Engels(het)
    Nombre propioenglish language
  • 22Engels
    Adjetivofrom england

Explorar

DiccionarioVocabularioMis palabrasPalabras recientes
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇪🇸
  • 11Engels(het)
    Nombre propioenglish language
  • 22Engels
    Adjetivofrom england
  1. NEDERLANDS
  2. /Diccionario
  3. /Engels
DiccionarioEngels

Engels

  • hetEngels

    Nombre propio

    english language

    1. de taal die in Engeland, de Verenigde Staten, Australië en veel andere landen gesproken wordtIn de wetenschap is Engels de belangrijkste taal voor publicaties.
    2. het schoolvak waarin leerlingen de Engelse taal lerenAls kind vond ik Engels het leukste vak op school.
  • Engels

    Adjetivo

    from england

    1. van of uit Engeland; met betrekking tot Engeland of het Verenigd KoninkrijkDe Engelse koning bezocht vorig jaar Nederland.
    2. in of van de Engelse taal; geschreven of gesproken in het EngelsOnze docent geeft elke week een interessante Engelse les.

Sigue aprendiendo

Más palabras de nivel A1Practicar