NEDERLANDS
🇪🇸
  • Falen(het)
    Sustantivohet niet slagen of niet goed

Falen

  • hetfalen

    Sustantivo

    Het niet slagen of niet goed functioneren.

    1. mislukking

      Het niet bereiken van een doel of niet goed doen wat nodig is.

      Het falen van het plan kwam voor iedereen als een verrassing.

    angst voor falengevoel van falenhet falen van een plan

Sigue aprendiendo