NEDERLANDS
🇪🇸

    Fik

    commonZipf 3.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; branden; geslachtsgemeenschap hebben

    • de fik

      Sustantivo/'fɪk/

      enkelvoud

      fikfikjefikkie

      meervoud

      fikjesfikkies
    • fikken

      Verbo/'fɪkən; 'fɪkə/

      branden

      infinitief

      fikken

      tegenwoordige tijd

      fikfiktfikken

      verleden tijd

      fiktefikten

      tegenwoordig deelwoord

      fikkendfikkende
    • fikken

      Verbo/'fɪkən; 'fɪkə/

      geslachtsgemeenschap hebben

      infinitief

      fikken

      tegenwoordige tijd

      fikfiktfikken

      verleden tijd

      fiktefikten

      tegenwoordig deelwoord

      fikkendfikkende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.