Fitten
fit
Adjetivoin goede conditie
- lichamelijk gezond en vol energieIk ben fit na mijn ochtendgymnastiek.
- goed passend bij een bepaalde situatie of doelDeze jurk is fit voor het feest.
fitten
Verboiets passend maken
- kleding passen om te zien of het goed zitIk fit deze trui even.
- onderdelen in elkaar zetten of aansluitenIk fit de planken in elkaar.
- goed passen bij iets of iemand, vaak figuurlijkDeze jurk fittet perfect bij de gelegenheid.
defit
Sustantivopassend deel van kleding
- stuk gereedschap dat in een machine past om iets vast te houden of te bewerkenDe fit past perfect in de boormachine.