Gaaf
gaaf
Adjetivoheel mooi
- heel mooi of indrukwekkend, vaak gebruikt door jongerenDie nieuwe game is echt gaaf!
- zonder beschadigingen of gebrekenDeze appel is nog helemaal gaaf.
- eerlijk en betrouwbaar, vooral in omgang met anderenMijn broer is een heel gaaf persoon.
degave
Sustantivogeschenk
- voorwerp of geldbedrag dat iemand aan een ander schenktIk geef mijn moeder een cadeau voor Moederdag.
- natuurlijke aanleg of talent voor ietsMijn broer heeft veel talent voor voetbal.
- iets dat als wonderbaarlijk of bovennatuurlijk wordt beschouwdHet wonder gebeurde toen hij plotseling genas.
degave
Sustantivonatuurlijk talent
- iets dat je van iemand krijgt zonder ervoor te betalenIk geef mijn vriendin een cadeau voor haar verjaardag.
- natuurlijk talent of aanleg voor ietsMijn broer heeft veel talent voor muziek.
- iets dat als bijzonder of heilig wordt beschouwdDe priester gaf de zegen aan de gelovigen.