NEDERLANDS
🇪🇸

    Generaliseren

    B1uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • generaliseren

      Verbo/ɣenərali'zerən; ɣenərali'zerə/

      infinitief

      generaliseren

      tegenwoordige tijd

      generaliseergeneraliseertgeneraliseren

      verleden tijd

      generaliseerdegeneraliseerden

      tegenwoordig deelwoord

      generaliserendgeneraliserende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.