Haag
uncommonZipf 2.5
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de haag
Sustantivo/'hax/enkelvoud
haaghaagjemeervoud
hagenhaagjeshagen
Verbo/'haɣən; 'haɣə/infinitief
hagentegenwoordige tijd
haaghaagthagenverleden tijd
haagdehaagdentegenwoordig deelwoord
hagendhagende
Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.
Gratis. Sin contrasena.