NEDERLANDS
🇪🇸

    Host

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord; werkwoord

    • de host

      Sustantivo/'host/

      enkelvoud

      host

      meervoud

      hosts
    • hossen

      Verbo/'hɔsən; 'hɔsə/

      infinitief

      hossen

      tegenwoordige tijd

      hoshosthossen

      verleden tijd

      hostehosten

      tegenwoordig deelwoord

      hossendhossende
    • hosten

      Verbo/'hostən; 'hostə/

      infinitief

      hosten

      tegenwoordige tijd

      hosthosten

      verleden tijd

      hosttehostten

      tegenwoordig deelwoord

      hostendhostende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.

    Sigue aprendiendo