NEDERLANDS
🇪🇸

    Implanteerde

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • implanteren

      Verbo/ɪmplɑn'terən; ɪmplɑn'terə/

      infinitief

      implanteren

      tegenwoordige tijd

      implanteerimplanteertimplanteren

      verleden tijd

      implanteerdeimplanteerden

      tegenwoordig deelwoord

      implanterendimplanterende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.

    Sigue aprendiendo