NEDERLANDS
🇪🇸

    Infecteert

    uncommonZipf 2.8

    werkwoord

    • infecteren

      Verbo/ɪnfɛk'terən; ɪnfɛk'terə/

      infinitief

      infecteren

      tegenwoordige tijd

      infecteerinfecteertinfecteren

      verleden tijd

      infecteerdeinfecteerden

      tegenwoordig deelwoord

      infecterendinfecterende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.