Kaartende
dekaart
Sustantivostuk papier voor spelen
- een papieren of digitale afbeelding die informatie of gegevens weergeeftDe informatie op de kaart is zeer gedetailleerd.
- een stuk papier dat gebruikt wordt voor communicatie of entertainmentDe verjaardagskaart bevat een persoonlijke boodschap.
- een overzicht van prijzen of aanbiedingen in een restaurant of caféHet menu is vandaag aangepast met nieuwe gerechten.
- een document dat recht geeft op toegang of privileges, zoals een lidmaatschapskaartDit is mijn toegangspas voor de sportschool.
kaarten
Verbospelletje met kaarten
- stukken papier waarop informatie staat, vaak gebruikt voor spellen of communicatieIk heb nieuwe spellen gekocht.
- met de hand of een computer tekenen of makenIk maak kaarten voor het schoolproject.
- verdeling of opsplitsing van gebieden of informatie op een plattegrondDe gebieden op de kaart zijn duidelijk gemarkeerd.
- gebruik maken van een kaartspelDe competitie was spannend van begin tot eind.