Klokslag
deklokslag
Sustantivoprecies op het hele uur
tijdstip
Het moment dat precies op een heel uur valt; je zegt bijvoorbeeld 'klokslag drie' voor precies om drie uur.
De voorstelling begint klokslag acht uur.
klokgeluid
Één keer slaan of het geluid van een klok; het geluid dat aangeeft dat een uur is aangebroken.
De klokslag van de grote toren weerklonk in het hele dorp.
klokslag drieklokslag twaalfklokslag middernachtom klokslag