Kreuk
B1uncommonZipf 2.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de kreuk
Sustantivo/'krøk/enkelvoud
kreukkreukjemeervoud
kreukenkreukjeskreuken
Verbo/'krøkən; 'krøkə/infinitief
kreukentegenwoordige tijd
kreukkreuktkreukenverleden tijd
kreuktekreuktentegenwoordig deelwoord
kreukendkreukende
Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.
Gratis. Sin contrasena.