NEDERLANDS
🇪🇸

    Kreuk

    B1uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de kreuk

      Sustantivo/'krøk/

      enkelvoud

      kreukkreukje

      meervoud

      kreukenkreukjes
    • kreuken

      Verbo/'krøkən; 'krøkə/

      infinitief

      kreuken

      tegenwoordige tijd

      kreukkreuktkreuken

      verleden tijd

      kreuktekreukten

      tegenwoordig deelwoord

      kreukendkreukende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.