NEDERLANDS
🇪🇸

    Lauweren

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de lauwer

      Sustantivo/'lɔuwər/

      enkelvoud

      lauwer

      meervoud

      lauweren
    • lauweren

      Verbo/'lɔuwərən; 'lɔuwərə/

      infinitief

      lauweren

      tegenwoordige tijd

      lauwerlauwertlauweren

      verleden tijd

      lauwerdelauwerden

      tegenwoordig deelwoord

      lauwerendlauwerende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.

    Sigue aprendiendo