Liet
laat
Adjetivoverlopen tijd
- verder in de tijd dan gebruikelijk of gewenstHet is tijd om naar huis te gaan.
- niet vroeg, meestal in de context van het einde van een periodeDe deadline van het project is altijd in de laatste periode van de maand.
- in een later gedeelte van een gebeurtenis of tijdspanneDe gebeurtenis zal later plaatsvinden dan we dachten.
laten
Verbotoestaan iets doen
- iemand of iets toestaan of niet verhinderen iets te doenIk sta mijn vriend toe om in mijn kamer te werken.
- iets veroorzaken of in gang zettenDe regen veroorzaakt een drukte op de wegen.
- verlangen naar iets of het bij je houdenIk verlang naar de zomer.
- na iets te hebben gezien of gehoord, iets vragen of aanvragenIk deel je het nieuws mee.
delaat
Sustantivoeen tijd of periode
- een plankje of meubelstuk dat gebruikt wordt om iets op te zetten of in te leggenDit meubel is perfect voor mijn woonkamer.
- hetzij een kleine opening in een muur of andere structuurDe opening in het plafond geeft toegang tot de zolder.
- de tijd van de dag (informeel gebruikt) om iets (-als laatste) te doen of veranderenHet is tijd om te vertrekken.