NEDERLANDS
🇪🇸
  • Morgenvroeg
    Adverbiomorgen in de vroege ochtend

Morgenvroeg

  • morgenvroeg

    Adverbio

    morgen in de vroege ochtend

    1. tijd (ochtend)

      Op de vroege ochtend van morgen; de volgende dag in de ochtend.

      Ik vertrek morgenvroeg naar Amsterdam.

    morgenvroeg vertrekkenmorgenvroeg opstaanmorgenvroeg beginnenmorgenvroeg om 7 uur

Sigue aprendiendo