Naar
naar
Preposicionlocation direction
- in de richting van iets of iemandMark fietst richting de supermarkt.
- geeft richting of doel aanDe kinderen lopen naar het park.
- geeft een vergelijkend aspect aanDit recept is precies naar mijn smaak.
- om een doel of bestemming aan te gevenIk stuurde een kaart naar mijn vriend.
naar
Adjetivounpleasant sensation
- onaangenaam of vervelend van smaak, geur of gevoelDe soep smaakt onaangenaam.
- onaangenaam van geur of smaakDe kaas smaakt oud.
- onplezierig of griezeligDe kamer was onplezierig ingericht.
- vervelend of zelfs wat gemeenDat was een gemene opmerking.
naar
Conjuncioncontrast comparison
- niet tevredenstellendMijn boekverslag was ontevreden.
- geeft een bestemming of richting aanIk fiets naar het park.
- geeft aan met welk doel of resultaatDe leraar legt de opdracht uit.
- als richting aangevendIk liep richting de winkel.