NEDERLANDS
🇪🇸

    Opblijven

    A2commonZipf 3.4

    werkwoord

    • opblijven

      Verbo/'ɔblɛɪvən; 'ɔblɛɪvə/

      infinitief

      opblijven

      tegenwoordige tijd

      blijf opopblijfblijft opopblijftblijven opopblijven

      verleden tijd

      bleef opopbleefbleven opopbleven

      tegenwoordig deelwoord

      opblijvendopblijvende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.