Opgewassen
opgewassen
Adjetivoin staat iets aan te kunnen
vermogen/geschiktheid
In staat zijn een taak, probleem of tegenstander aan te kunnen; ertegen opgewassen zijn.
Veel beginnende leraren zijn nog niet opgewassen tegen de hoge werkdruk.
opgewassen zijn tegenniet opgewassen tegenaan iets opgewassenopgewassen tegen de omstandighedenopwassen
Verboopgroeien
opgroeien
Groot(er) worden; als kind opgroeien tot volwassene, vaak in een bepaalde plaats of gezin.
Ik zie mijn kinderen opwassen in dezelfde buurt.
opgewassen zijn tegen
Sterk of bekwaam genoeg zijn om met iets moeilijks of moeilijks werk om te gaan.
Zij is niet opgewassen tegen de zware concurrentie.
opwassen inopwassen totzien opwassenopgewassen zijn tegenopwassen
Verboreinigen
schoonmaken
Iets schoonmaken met water en vaak zeep; vooral gebruikt voor servies, pannen of kleding (vergelijk: afwassen).
Na het koken wast zij de pannen op.
de borden opwassenpannen opwassenkleren opwassenhanden opwassen