Overkomen
overkomen
Verboindruk maken op iemand
- een bepaalde indruk maken op anderenJij komt altijd zo rustig over in gesprekken.
- van een andere plaats naar hier komen op bezoekMijn broer is dit weekend overgekomen uit Brussel.
overkomen
Verbogebeuren met iemand
- iets onverwachts of vervelends gebeurt met iemandMij overkomt nooit iets spannends.