NEDERLANDS
🇪🇸

    Overlap

    B2uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; deels samenvallen met; met een of meer lappen bedekken

    • de overlap

      Sustantivo/'ovərlɑp/

      enkelvoud

      overlap

      meervoud

      overlappen
    • overlappen

      Verbo/ovər'lɑpən; ovər'lɑpə/

      deels samenvallen met

      infinitief

      overlappen

      tegenwoordige tijd

      overlapoverlaptoverlappen

      verleden tijd

      overlapteoverlapten

      tegenwoordig deelwoord

      overlappendoverlappende
    • overlappen

      Verbo/ovər'lɑpən; ovər'lɑpə/

      met een of meer lappen bedekken

      infinitief

      overlappen

      tegenwoordige tijd

      overlapoverlaptoverlappen

      verleden tijd

      overlapteoverlapten

      tegenwoordig deelwoord

      overlappendoverlappende
    • overlappen

      Verbo/'ovərlɑpən; 'ovərlɑpə/

      opnieuw lappen

      infinitief

      overlappen

      tegenwoordige tijd

      lap overoverlaplapt overoverlaptlappen overoverlappen

      verleden tijd

      lapte overoverlaptelapten overoverlapten

      tegenwoordig deelwoord

      overlappendoverlappende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.