NEDERLANDS
🇪🇸

    Overlaten

    A2commonZipf 3.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de overlaat

      Sustantivo/'ovərlat/

      enkelvoud

      overlaat

      meervoud

      overlaten
    • overlaten

      Verbo/'ovərlatən; 'ovərlatə/

      infinitief

      overlaten

      tegenwoordige tijd

      laat overoverlaatlaten overoverlaten

      verleden tijd

      liet overoverlietlieten overoverlieten

      tegenwoordig deelwoord

      overlatendoverlatende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.