NEDERLANDS
🇪🇸

    Overtrekken

    uncommonZipf 2.1

    bekleedsel; voorbijdrijven; calqueren; halen; oversteken; bekleden; overdreven voorstellen

    • de/het overtrek

      Sustantivo/'ovərtrɛk/

      bekleedsel

      enkelvoud

      overtrekovertrekje

      meervoud

      overtrekkenovertrekjes
    • overtrekken

      Verbo/'ovərtrɛkən; 'ovərtrɛkə/

      voorbijdrijven; calqueren; halen; oversteken

      infinitief

      overtrekken

      tegenwoordige tijd

      trek overovertrektrekt overovertrekttrekken overovertrekken

      verleden tijd

      trok overovertroktrokken overovertrokken

      tegenwoordig deelwoord

      overtrekkendovertrekkende
    • overtrekken

      Verbo/ovər'trɛkən; ovər'trɛkə/

      bekleden; overdreven voorstellen

      infinitief

      overtrekken

      tegenwoordige tijd

      overtrekovertrektovertrekken

      verleden tijd

      overtrokovertrokken

      tegenwoordig deelwoord

      overtrekkendovertrekkende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.

    Sigue aprendiendo