Paft
uncommonZipf 2.3
schieten; roken; opblazen
paffen
Verbo/'pɑfən; 'pɑfə/schieten; roken
infinitief
paffentegenwoordige tijd
pafpaftpaffenverleden tijd
paftepaftentegenwoordig deelwoord
paffendpaffendepaffen
Verbo/'pɑfən; 'pɑfə/opblazen
infinitief
paffentegenwoordige tijd
pafpaftpaffenverleden tijd
paftepaftentegenwoordig deelwoord
paffendpaffende
Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.
Gratis. Sin contrasena.