NEDERLANDS
🇪🇸

    Pass

    commonZipf 3.6

    schot; (de bal) schieten; werpen

    • de pass

      Sustantivo/'pɑːs; 'pas/

      schot

      enkelvoud

      passpassje

      meervoud

      passespassjes
    • passen

      Verbo/'pɑːsən; 'pasən; 'pɑsə; 'pasə/

      (de bal) schieten; werpen

      infinitief

      passen

      tegenwoordige tijd

      passpasstpassen

      verleden tijd

      passtepassten

      tegenwoordig deelwoord

      passendpassende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.