NEDERLANDS
🇪🇸

    Passagier

    A2commonZipf 3.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de passagier

      Sustantivo/pɑsa'ʒir; pɑsa'ɣir/

      enkelvoud

      passagierpassagiertje

      meervoud

      passagierspassagiertjes
    • passagieren

      Verbo/pɑsa'ʒirən; pɑsa'ʒirə; pɑsa'ɣirən; pɑsa'ɣirə/

      infinitief

      passagieren

      tegenwoordige tijd

      passagierpassagiertpassagieren

      verleden tijd

      passagierdepassagierden

      tegenwoordig deelwoord

      passagierendpassagierende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.