NEDERLANDS
🇪🇸

    Pluggen

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; van een plug voorzien; promoten; aansluiten op een apparaat of stopcontact

    • de plug

      Sustantivo/'plʏx/

      enkelvoud

      plugplugjepluggetje

      meervoud

      pluggenplugjespluggetjes
    • pluggen

      Verbo/'plʏɣən; 'plʏɣə/

      van een plug voorzien

      infinitief

      pluggen

      tegenwoordige tijd

      plugplugtpluggen

      verleden tijd

      plugdeplugden

      tegenwoordig deelwoord

      pluggendpluggende
    • pluggen

      Verbo/'plʏɡən; 'plʏɣən; 'plʏɡə; 'plʏɣə/

      promoten; aansluiten op een apparaat of stopcontact

      infinitief

      pluggen

      tegenwoordige tijd

      plugplugtpluggen

      verleden tijd

      plugdeplugden

      tegenwoordig deelwoord

      pluggendpluggende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.

    Sigue aprendiendo