NEDERLANDS
🇪🇸

    Pulseren

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • pulseren

      Verbo/; pʏl'zerən; pʏl'zerə; pʏl'serən; pʏl'serə/

      infinitief

      pulseren

      tegenwoordige tijd

      pulseerpulseertpulseren

      verleden tijd

      pulseerdepulseerden

      tegenwoordig deelwoord

      pulserendpulserende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.

    Sigue aprendiendo