Skiënd
skiën
Verbosneeuw sport
- zich voortbewegen op ski's; een wintersport beoefenenIk ga deze winter skiën in Nederland.
- met ski's een helling afdalenIk daal met mijn ski's van de helling.
- de activiteit van het skiën; een sportsport activiteitSkiën is een leuke activiteit voor de winter.
deski
Sustantivosportuitrusting
- een lange, smalle plank die gebruikt wordt om op sneeuw te glijdenDe sport staat voor de deur van de skischool.
- een soort van sport of activiteit waarbij men met skis over sneeuw glijdtSkiën is een uitdagende activiteit.
- skietje, een verkleinwoord van ski, vaak gebruikt voor kinderski's of kleinere ski'sDe skietjes zijn perfect voor beginners.