NEDERLANDS
🇪🇸
  • Slok(de)
    Sustantivokleine hoeveelheid drank
  • Slokken
    Verbosnel drinken of iets opslokken

Slok

  • deslok

    Sustantivo

    kleine hoeveelheid drank

    1. hoeveelheid

      Een kleine hoeveelheid drank die je in één keer in je mond neemt.

      Ze nam een grote slok water.

    2. figuurlijk

      Iets kleins dat niet genoeg is om een groot probleem op te lossen; vaak gebruikt in de uitdrukking 'een slok op een hete plaat'.

      Die maatregel is maar een slok op een hete plaat.

    een slok nemeneen slok watereen slokje nemeneen grote slokslok op een hete plaat
  • slokken

    Verbo

    snel in grote slokken drinken; (fig.) iets verbruiken of opslokken

    1. drinken

      Met grote mondvol drinken; snel of gulpen drinken.

      Hij slokte zijn koffie op en vertrok.

    2. verbruiken

      Iets (veel) gebruiken of opslokken; vaak figuurlijk over tijd, geld of energie.

      De oude verwarming slokte veel gas tijdens de winter.

    slokken koffieslokken bierslokken waterslokte zijn koffie

Sigue aprendiendo