Spreken af
afspreken
Verboeen afspraak maken
- een afspraak maken met iemandIk maak een afspraak met mijn vriend.
- niet gehouden afspraakHij heeft zijn verplichting niet nagekomen.
- een plan of bedoeling bepalen met iemandWe maken een plan voor onze vakantie.
deafspraak
Sustantivoeen bepaalde afspraak
- een overeenkomst om elkaar op een bepaalde tijd te ontmoetenDe ontmoeting is gepland voor volgende week.
- een geplande activiteit of gebeurtenis met iemandDe activiteit begint om drie uur.
- de tijd waarop een ontmoeting plaatsvindtOnze afspraak is om 15 uur.
- het onderwerp of de kwestie die tijdens de ontmoeting besproken wordtHet onderwerp van onze vergadering is de marketingstrategie.