Stopt
stoppen
Verboeindigen met iets
- een activiteit of handeling beëindigenIk beëindig mijn werkdag om vijf uur.
- onderbreken of even pauzerenJe moet soms pauzeren tijdens het werk.
- tot stilstand komen of iets in de stopstand zettenDe trein komt tot stilstand op het station.
- blokkeren of verhinderen dat iets doorgaatDe weg is geblokkeerd door een omgevallen boom.
destop
Sustantivoonderbreking of stilstand
- voorwerp dat een opening afsluit, zoals een dop of kurkDe fles is goed afgesloten met een stevige dop.
- een pauze of onderbrekingDe kinderen hebben een pauze van twintig minuten.
- in de zin van 'stoppen' of 'een eind maken'De les eindigt om drie uur.
- diminutief van 'stop', een kleine stopDit klein stopje past perfect op de fles.