NEDERLANDS
🇪🇸

    Telefoneren

    B1commonZipf 3.6

    werkwoord

    • telefoneren

      Verbo/teləfo'nerən; teləfo'nerə/

      infinitief

      telefoneren

      tegenwoordige tijd

      telefoneertelefoneerttelefoneren

      verleden tijd

      telefoneerdetelefoneerden

      tegenwoordig deelwoord

      telefonerendtelefonerende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.