Trippe
detrip
Sustantivoreis of uitstapje
- korte reis of uitstapje voor plezier of ontspanningIk ga vandaag een trip maken naar het strand.
- ervaring onder invloed van drugsHij heeft een intense trip na het roken van die wiet.
detrip
Sustantivohallucinatie door drugs
- klein, plat stuk hout of kunststof om op te staan of dingen op te leggenDe trip ligt onder de plant.
trippen
Verbodrugsgebruik ervaren
- kleine, snelle stapjes maken, vaak lichtvoetig of onrustigDe ballerina trippelt gracieus over het podium.
- onder invloed van drugs hallucinaties of een veranderde bewustzijnstoestand ervarenHij tript op paddo's tijdens het festival.
detrip
Sustantivostukje stof of leer
- deel van het spijsverteringskanaal, vooral de dunne darmDe trip is een belangrijk onderdeel van het spijsverteringsstelsel.
trippen
Verbokort lopen of stappen
- onder invloed zijn van een hallucinogeen middelHij tript op lsd.