Trouwdag
detrouwdag
Sustantivodag waarop twee mensen trouwen (of de jaarlijkse herdenking daarvan)
huwelijksdag
De dag waarop twee mensen met elkaar trouwen.
De trouwdag van mijn zus was in juni.
herdenking
De jaarlijkse herdenking van die dag; het huwelijksjubileum.
Ze vieren elk jaar de trouwdag met een etentje.
op je trouwdagde trouwdag vierende trouwdag plannende trouwdag organiserende trouwdag vastleggen