Vertrekke
vertrekken
Verboweggaan of vertrekken
- wegrijden, afreizen, ergens heen gaanIk ga afreizen naar Amsterdam dit weekend.
- een punt of een situatie achterlatenHij laat vaak problemen achter wanneer hij vertrekt.
- beginnen met een nieuwe fase of activiteitHij begint met zijn nieuwe project volgende maand.
- zich afzonderen van ietsIk ga me even afzonderen om na te denken.
hetvertrek
Sustantivoplaats van vertrek
- het moment of de actie van weggaan of beginnenIk ga nu weg.
- ruimte of kamer in een huis, meestal een woonkamer of zitkamerDe ruimte is licht en luchtig.
- afdeling voor een specifieke activiteit in een organisatie, zoals ziekenhuis of schoolDe afdeling voor spoedeisende hulp is altijd open.