Voorspelen
uncommonZipf 2.3
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het voorspel
Sustantivo/'vorspɛl//spellen-of-spelen
enkelvoud
voorspelmeervoud
voorspelenvoorspelen
Verbo/'vorspelən; 'vorspelə/infinitief
voorspelentegenwoordige tijd
speel voorvoorspeelspeelt voorvoorspeeltspelen voorvoorspelenverleden tijd
speelde voorvoorspeeldespeelden voorvoorspeeldentegenwoordig deelwoord
voorspelendvoorspelende
Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.
Gratis. Sin contrasena.