Vrijgezel
vrijgezel
Adjetivoniet getrouwd alleenstaand
bijvoeglijk naamwoord / bijwoord
niet getrouwd alleenstaand
devrijgezel
Sustantivoongehuwde persoon
huwelijkse staat
Iemand die niet getrouwd is. Het woord wordt vaak gebruikt voor een man.
Peter is al jaren de vrijgezel van de familie.
vrijgezellenfeestals vrijgezelde vrijgezel van de familieal jaren vrijgezel