Vuurt
hetvuur
Sustantivobrandende substantie
- vlammen en hitte die ontstaan bij verbrandingDe verbranding van het hout in de open haard geeft een gezellige sfeer.
- schieten met vuurwapensDe politieagent moest schieten om de gijzelnemer te stoppen.
- gevoel van warmte of energieZe heeft veel energie tijdens het dansen.
- roodheid van de huid, vaak door zonnebrand of emotieDe roodheid op haar gezicht verdween na een paar minuten.
vuren
Verboschieten met wapen
- schieten met een vuurwapen of kanonDe jager schiet op een hert tijdens het jachtseizoen.
- met kracht iets wegwerpen of afstotenDe jongen werpt de bal naar zijn vriend.
- iemand ontslaan of wegsturen, vaak plotselingDe baas ontslaat de werknemer vandaag.
- vragen stellen of opmerkingen maken, vaak fel of kritischHij vraagt altijd kritisch naar de details.