Zaakje
dezaak
Sustantivojuridisch onderwerp
- iets concreets of abstracts dat iemand bezighoudt of aangaatHet onderwerp van de vergadering is de nieuwe schoolregels.
- winkel of bedrijfDit bedrijf verkoopt biologische producten.
- juridische aangelegenheid of rechtszaakDe rechtszaak duurt al maanden.
- iets dat iemand bij zich heeft of nodig heeft (informeel)Ik heb mijn spullen al ingepakt.
dezaak
Sustantivowinkel of bedrijf
- iets dat gebeurt of aan de orde is, een kwestie of aangelegenheidDe kwestie van de parkeertarieven moet nog besproken worden.
- winkel of bedrijf waar goederen verkocht of diensten aangeboden wordenIk ga naar de winkel om brood te kopen.
- iets dat iemand bezighoudt of waar iemand verantwoordelijk voor isDeze aangelegenheid moet snel opgelost worden.
- rechtszaak of juridische procedureDe rechtszaak begint morgen.
dezaak
Sustantivoding of object
- iets dat gebeurt of moet gebeuren; een kwestie of aangelegenheidDeze aangelegenheid is belangrijk voor ons allemaal.
- winkel of bedrijf waar goederen of diensten worden verkochtDe winkel is geopend van negen tot zes.
- iets dat iemand bezighoudt of waar iemand verantwoordelijk voor isDe verantwoordelijkheid voor de planten is van mij.
- rechtszaak of juridische procedureDe rechtszaak duurt al maanden.