Zegen
dezeeg
Sustantivozegen iets goeds of voordeel
basis
zegen iets goeds of voordeel
dezegen
Sustantivonet
zelfstandig naamwoord (m/v)
net
dezegen
Sustantivozegening; weldaad
voordeel
Iets dat veel goed doet of helpt; een groot voordeel.
Een betrouwbare fiets is een zegen voor studenten.
zegening (religie)
Woorden of een gebaar waarmee iemand geluk of bescherming wordt gewenst; een religieuze zegening.
De priester sprak de zegen uit over het bruidspaar.
een zegen voorde zegen vanGods zegeniemand de zegen gevenzijgen
Verbozuchten
basis
zuchten