Zwaaiden
zwaaien
Verbohand of arm bewegen
- met de hand of arm heen en weer bewegen om te groeten of afscheid te nemenDe kinderen zwaaien naar de buschauffeur.
- heen en weer bewegen door wind, kracht of bewegingDe vlag zwaait in de wind.
- plotseling van richting veranderen, vaak met een voertuigDe bus zwaait naar rechts bij de volgende halte.
dezwaai
Sustantivobeweging met hand of arm
- beweging met de hand of arm om te groeten of afscheid te nemenDe baby gaf een vrolijke zwaai naar zijn oma.
- kromme beweging van een voorwerp door de luchtDe vlag zwaait in de wind.