NEDERLANDS
🇪🇸

    Zwenken

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de zwenk

      Sustantivo/'zwɛŋk/

      enkelvoud

      zwenk

      meervoud

      zwenken
    • zwenken

      Verbo/'zwɛŋkən; 'zwɛŋkə/

      infinitief

      zwenken

      tegenwoordige tijd

      zwenkzwenktzwenken

      verleden tijd

      zwenktezwenkten

      tegenwoordig deelwoord

      zwenkendzwenkende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.

    Sigue aprendiendo