🇳🇱
Zelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

'Haar' is een onbepaald zelfstandig naamwoord en wordt vaak gebruikt om naar iemands haar te verwijzen.

Bepaald (de/het)
het haar
"Ik heb lang haar."
Onbepaald (een)
een haar
"Een haar is losgekomen."
Zonder lidwoord
haar
"Haar is erg mooi."

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm 'haren' duidt op meerdere haren, bijvoorbeeld op de grond.

Bepaald (de)
de haren
"De haren op zijn hoofd zijn grijs."
Zonder lidwoord
haren
"Er zijn haren op de grond."

Verkleinwoord

het haartje
"Dat haartje is heel klein."

Het verkleinwoord 'haartje' verwijst vaak naar één enkel haar, meestal in een schattige of kwetsbare context.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • haarkleur

    "Zijn haarkleur is bruin."

    de kleur van het haar

  • haarlijn

    "Zijn haarlijn verschuift met de jaren."

    de lijn waar het haar begint op het hoofd

Veelgebruikte woordcombinaties

  • lang haar

    "Ze heeft lang haar."

    Dit verwijst naar de lengte van het haar.

  • kort haar

    "Hij heeft kort haar."

    Dit verwijst naar het korte kapsel.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Haar is meestal oncountable in het enkelvoud ('het haar'), maar in het meervoud ('de haren') verwijst het naar individuele haren.
  • register:Er is geen formeel/informeel verschil bij het gebruik van 'haar', het blijft hetzelfde in beide stijlen.
  • usage:'Haar' wordt vaak gebruikt in dagelijkse gesprekken en in de mode-industrie.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.