NEDERLANDS
🇳🇱

    Aanspreken

    B1commonZipf 3.5

    werkwoord

    • aanspreken

      Werkwoord/'ansprekən; 'ansprekə/

      infinitief

      aanspreken

      tegenwoordige tijd

      spreek aanaanspreekspreekt aanaanspreektspreken aanaanspreken

      verleden tijd

      sprak aanaansprakspraken aanaanspraken

      tegenwoordig deelwoord

      aansprekendaansprekende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.