NEDERLANDS
🇳🇱

    Afspringen

    A2uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • afspringen

      Werkwoord/'ɑfsprɪŋən; 'ɑfsprɪŋə/

      infinitief

      afspringen

      tegenwoordige tijd

      spring afafspringspringt afafspringtspringen afafspringen

      verleden tijd

      sprong afafsprongsprongen afafsprongen

      tegenwoordig deelwoord

      afspringendafspringende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.