NEDERLANDS
🇳🇱

    Afstap

    B1uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de afstap

      Zelfstandig naamwoord/'ɑfstɑp/

      enkelvoud

      afstapafstapje

      meervoud

      afstappenafstapjes
    • afstappen

      Werkwoord/'ɑfstɑpən; 'ɑfstɑpə/

      infinitief

      afstappen

      tegenwoordige tijd

      stap afafstapstapt afafstaptstappen afafstappen

      verleden tijd

      stapte afafstaptestapten afafstapten

      tegenwoordig deelwoord

      afstappendafstappende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.