Afstap
B1uncommonZipf 2.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de afstap
Zelfstandig naamwoord/'ɑfstɑp/enkelvoud
afstapafstapjemeervoud
afstappenafstapjesafstappen
Werkwoord/'ɑfstɑpən; 'ɑfstɑpə/infinitief
afstappentegenwoordige tijd
stap afafstapstapt afafstaptstappen afafstappenverleden tijd
stapte afafstaptestapten afafstaptentegenwoordig deelwoord
afstappendafstappende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.