NEDERLANDS
🇳🇱

    Afzien

    B1commonZipf 3.4

    werkwoord

    • afzien

      Werkwoord/'ɑfsin/

      infinitief

      afzien

      tegenwoordige tijd

      zie afafzieziet afafzietzien afafzien

      verleden tijd

      zag afafzagzagen afafzagen

      tegenwoordig deelwoord

      afziendafziende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.