NEDERLANDS
🇳🇱

    Beschieten

    B1commonZipf 3.2

    werkwoord

    • beschieten

      Werkwoord/bə'sxitən; bə'sxitə/

      infinitief

      beschieten

      tegenwoordige tijd

      beschietbeschieten

      verleden tijd

      beschootbeschoten

      tegenwoordig deelwoord

      beschietendbeschietende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.